In ‘God’s Own Country’, zoals de Nieuw-Zeelanders hun land noemen, is een grote variatie aan landschapsvormen te zien. Maar lees eerst even hoe deze landschappen zijn ontstaan en gevormd.
Ongeveer 130 miljoen jaar geleden behoorde Nieuw-Zeeland samen met Australië, Antarctica, Afrika en Zuid-Amerika tot het supercontinent Gondwana. Geologen vermoeden dat de Nieuw-Zeelandse continentale plaat 100 miljoen jaar geleden losraakte van het Australische deel van Gondwana en zich er langzaam van isoleerde. De Nieuw-Zeelandse continentale plaat lag grotendeels onder water, maar door ophoping van door bezinking gevormd gesteente kwamen delen ervan boven de zeespiegel te liggen. Na miljoenen jaren dwalen kwam Nieuw-Zeeland stil te liggen op de grillige grens van twee grote tectonische schollen. Het Noordereiland en het westelijk deel van het Zuidereiland op de Australische schol, het oostelijk- en zuidelijk deel van het Zuidereiland op de Pacifische schol. Door het over elkaar heen bewegen van beide schollen werden op het Zuidereiland de alpen opgestuwd. De heuvels en bergen op het Noordereiland zijn van vulkanische oorsprong. Zo zijn in Auckland en omgeving meer dan vijftig oude vulkanen waarneembaar. Lake Taupo, het grootste meer van het land, is een met water gevulde krater van een megavulkaan. Vulkaanuitbarstingen vonden ook in zee plaats en zo ontstonden bij het Zuidereiland de vulkanische eilanden Kaikoura, Banks en Otago. Ze vervormden tot schiereilanden, door het vele puin dat door rivieren in de oceaan werd geloosd. Gebergtevorming vindt nog steeds plaats als gevolg van actief vulkanisme en het langs elkaar schuren van de twee eerdergenoemde schollen. De Zuidelijke Alpen worden ieder jaar een centimeter hoger. Een gevolg is ook dat het land voortdurend geplaagd wordt door aardschokken. De meeste zijn zo licht dat ze alleen met gevoelige apparatuur registreerbaar zijn. Toch is het land ook al enkele keren door zware aardbevingen getroffen.

Vulkanen liggen in het Tongariro nationaal park in het hart van het Noordereiland. Van de vulkanen Tongariro (1968 m), Ngauruhoe (2291 m) en Ruapehu (2797 m) was laatstgenoemde nog in 1995 actief. In dit door vulkaanerupties getekende landschap liggen veel warmwaterbronnen, kratermeren en watervallen. Aan de westkust ligt bij New Plymouth de vulkaan Taranaki (2518 m), die het hart vormt van het Egmont nationaal park. Bij een beklimming van deze vulkaan zijn in de verte de vulkanen van het Tongariro nationaal park te zien. Door de overvloedige neerslag is de begroeiing aan de voet van de Taranaki weelderig, met veel bomen en varens. Dit in tegenstelling tot het drogere Tongariro nationaal park, waar de oosthellingen uit zand en gravel bestaan. De vulkaan White Island ligt ongeveer 50 km ten noorden van Tauranga in de Bay of Plenty en brengt voortdurend aswolken de lucht in. De mooiste gedoofde vulkaan is de Tarawera bij Rotorua, die als een opengeslagen wond in het landschap ligt. De top is er van weggeblazen. Tijdens de uitbarsting in 1886 werden enkele Maori-dorpen en de beroemde kalkterrassen onder een dikke laag modder en as bedolven. In de Hauraki Golf liggen in de nabijheid van Auckland een aantal vulkanische eilanden. Rangitoto is vanuit de stad te zien en met een snelle catamaran te bereiken.

Geothermische activiteit is waarneembaar in de omgeving van Rotorua op het Noordereiland. In het Whakarewarewa-park zijn geisers, warmwaterbronnen, kokende modderpoelen en dampende rotsformaties te zien. In de Waimangu Thermal Valley ligt het grootste warmwatermeer ter wereld, waarvan de temperatuur rond de vijftig graden Celsius schommelt. Het Waiotapu Thermal Wonderland is het meest kleurrijke thermische gebied, met als hoogtepunt de Champagne Pool en geiser Lady Knox. Bij Taupo ligt de veraste vlakte Craters of the Moon, met stoomkraters en kokende modder. Neem op het Noordereiland een thermaal bad in Rotorua, Taupo of Mount Maunganui. Op het Zuidereiland is Hanmer Springs een geliefde locatie. Graaf op Hot Water Beach, aan de oostkust van het schiereiland Coromandel, je eigen warmwaterbad.

Inheemse bossen bedekten ooit tweederde deel van Nieuw-Zeeland. Door toedoen van moa-jagers, Maori en Europese kolonisten is veel bos verloren gegaan. Moa-jagers staken bossen in brand om de moa’s de vlaktes op te drijven. De metershoge loopvogels konden daar gemakkelijk worden gedood. Maori en Europeanen branden de bossen af voor het verkrijgen van landbouwgrond. Europeanen hadden veel grasland nodig voor hun schapen. Er zijn gelukkig nog wat inheemse bossen bewaard gebleven. In Northland ligt aan de westkust het Waipoua Forest, waar eeuwenoude kauri-bomen met hun enorme omvang en hoogte een diepe indruk maken. De 1200 jaar oude Tane Mahuta is 52 m hoog en heeft een omtrek van 13 meter. Zuidelijker ligt het kleinere Trounson kauri-park. Ten westen van Kaitaia (Northland) liggen de Ahipara-harsvelden, waar aan het einde van de negentiende eeuw kauri-hars werd gewonnen. In dit deel van het Noordereiland liggen enkele kleine mangrove-bossen. Op het Noordereiland liggen uitgestrekte inheemse wouden in het Te Urewera nationaal park, het Whanganui nationaal park en op het schiereiland Coromandel. Op het Zuidereiland kun je terecht in het Abel Tasman nationaal park, Kahurangi nationaal park, Nelson Lakes nationaal park, Westland nationaal park, Fiordland nationaal park en Catlins Forest Park. Het nog ongerepte Stewart Island bestaat vrijwel geheel uit inheems bos en laat zien hoe Nieuw-Zeeland er voor de komst van de mens uit zag.

De Alpen op het Zuidereiland hebben hoge, met eeuwige sneeuw bedekte pieken. Het Mount Cook nationaal park omvat meer dan 70.000 hectare van deze Zuidelijke Alpen, waaronder de hoogste berg Mount Cook (3754 m). Ook ligt hier de langste gletsjer; de Tasman-gletsjer. Het is mogelijk om op het uitgestrekte sneeuwveld van deze gletsjer een 12 km lange ski-afdaling te maken. In het Westland nationaal park liggen de Franz Josef-gletsjer en de Fox-gletsjer. Ze zijn bereikbaar via een weg, wandelpaden en vliegtuig of helikopter. Je kunt onder leiding van ervaren gidsen deze gletsjers bewandelen. Loop een track in dit alpengebied en geniet van de veelzijdige flora en fauna.

De vele meren zijn in ijstijden en door vulkaanuitbarstingen ontstaan. Door de uitschurende werking van gletsjer-ijs ontstonden u-vormige valleien en diepe holten, die zich tijdens het opwarmen van het klimaat vulden met smelt- en regenwater. Zo ontstonden in de Zuidelijke Alpen en in Fiordland de meren Pukaki, Tekapo, Wanaka, Hawea, Wakatipu, Te Anau en Manapouri. Ten noorden van de Zuidelijke Alpen ontstonden de meren Rotoiti en Rotoroa. Het kleine Mathesonmeer in het Westland nationaal park is bekend om zijn weerspiegelingen van het Mount Cook massief. Op het Zuidereiland zijn door de bouw van stuwdammen kunstmatige meren gevormd voor de opwekking van energie. Op het Noordereiland is het Waikaremoanameer in het Te Urewera nationaal park van een ongekende schoonheid. Aan de oevers van dit meer groeien metershoge boomvarens. Het grote Lake Taupo is een ondergelopen vulkaankrater. Op alle meren kan watersport worden bedreven.

De fjorden in de zuidwesthoek van het Zuidereiland behoren tot het Fiordland nationaal park. Fjorden zijn in ijstijden ontstane valleien, die tijdens de zeespiegelstijging met zeewater werden overspoeld. Dichtbegroeide beukenbossen met boomvarens, varenstruiken en baardvormige korstmossen vormen de vegetatie. In dit regenrijke gebied zijn spectaculaire watervallen te zien. Zo klettert de Sutherland-waterval maar liefst 580 meter omlaag. Een groot deel van het Fiordland nationaal park is slechts wandelend te verkennen. De meerdaagse Milford Track is volgens kenners de mooiste wandeltocht op aarde. Goede alternatieven zijn de Hollyford Track, de Routeburn Track en de Keppler Track. Alleen de Milford Sound en Doubtful Sound zijn voor toeristen te verkennen. Een boottocht door een van deze fjorden behoort tot de hoogtepunten van je reis.
Toegankelijker zijn de fjorden van het Marlborough Sounds Maritime Park, een doolhof van beboste bergen, eilanden en kronkelige waterwegen. De in zee uitlopende bergen hebben paradijselijke baaien en gouden zandstranden. Een ideaal watersportgebied. Voor wandelaars is de 67 km lange Queen Charlotte Track niet al te moeilijk. De veerboten tussen Wellington en Picton varen door de Queen Charlotte Sound, de belangrijkste vaarweg in dit park.
MEER WETEN ? LEES: AFZIEN IN FIORDLAND en MILFORD TRACK, DE MOOISTE WANDELTOCHT OP AARDE

Wat kustvormen betreft biedt Nieuw-Zeeland naast fjorden, ongerepte stranden, paradijselijke baaien en ruige kliffen. De westkust is ruig met harde winden, beukende golven en gevaarlijke onderstromen. Zwemmen kun je hier beter laten. Voor surfers een paradijs. De surfstranden bij Raglan, New Plymouth en Wanganui op het Noordereiland zijn razend populair. In de noordpunt ligt Ninety Mile Beach, een negentig kilometer lang strand met hoge zandduinen. Excursiebussen naar Cape Reinga houden er racewedstrijden. De westkust kent spectaculaire rotsformaties. Kliffen liggen ten zuidwesten van Auckland en bij New Plymouth. Op het Zuidereiland zijn de Punakaiki Pancakerocks heel bijzonder. Een kalksteenformatie met blowholes dat veel weg heeft van op elkaar gestapelde pannenkoeken. Ook de westkust van het Zuidereiland biedt kliffen en stranden. De mooiste kliffen liggen bij Cape Foulwind, het mooiste strand is dat van Farewell Spitt. Deze zandige landtong bestaat uit 26 km lange zandduinen met daarachter een uitgestrekte moddervlakte, waar duizenden waadvogels voedsel zoeken.
De oostkust van beide eilanden wordt gekenmerkt door gouden zandstranden, lieflijke baaien en over het algemeen een kalme zee. In het subtropische noorden liggen in de Bay of Islands de mooiste gouden zandstranden en meest idyllische baaien van het land. In dit maritieme park liggen meer dan 150 kleine, overwegend onbewoonde, eilanden. De stranden en baaien van het schiereiland Coromandel doen niet voor de Bay of Islands onder. Bij Napier ligt Cape Kidnappers, waar een kolonie jan-van-gents broedt. Op het Zuidereiland is de oostkust tot aan Christchurch nogal rotsachtig. Highway 1 gaat vlak langs deze spectaculaire kust en met wat geluk zie je vanuit de auto, camper of trein zeehonden. Bij Kaikoura kun je potvissen zien en met dolfijnen zwemmen. Op het strand van Moeraki liggen de geheimzinnige ronde Moeraki-boulders. Het schiereiland Otago is een vogelparadijs. Er leven albatrossen en pinguïns.

MEER WETEN: LEES HET REISVERHAAL: PACIFIC COAST HIGHWAY

Nieuw-Zeeland heeft veel landbouwgrond. Op het Noordereiland zijn de lichtglooiende heuvels in de vruchtbare streek Waikato eigendom van overwegend veeteeltbedrijven en paardenfokkerijen. In het district Taranaki overheerst de veeteelt en is veel zuivelindustrie. Nieuw-Zeeland is een land met meer dan veertig miljoen schapen. In het lammerenseizoen ligt dat aantal zelfs op zeventig miljoen. Op het Noordereiland grazen er veel op de groene heuvels tussen Wanganui en Wellington. Op het Zuidereiland barst het van de schapen in Canterbury, Otago en Southland. Op de vruchtbare Canterbury Plains bij Christchurch wordt overwegend akkerbouw bedreven. Fruit en dus ook kiwi’s worden op het Noordereiland geteeld bij Hawke’s Bay en de Bay of Plenty. Op het Zuidereiland overwegend in de omgeving van Nelson. Wijngebieden liggen op het Noordereiland bij Auckland, Gisborne en Napier en op het Zuidereiland in de streek Marlborough.

In gebieden met kalksteen zijn door erosie grotten gevormd. Ga op het Noordereiland naar de spectaculaire Waitomo-grotten. Bezoekers varen er in aan elkaar gekoppelde bootjes door een imposant grottenstelsel met stalagmieten en stalactieten. Miljoenen glimwormen bedekken de zoldering. Spectaculairder is blackwater-raften. Zittend in een rubberen band, met een mijnwerkershelm op en een wetsuit aan, neemt de sterke stroming je mee op een onvergetelijk grotavontuur. Op het Zuidereiland zijn de glimwormgrotten van Te Anau de moeite waard. In het uiterste noorden van dit eiland zijn tijdens een rondleiding in de Ngarua-grotten moa-beenderen te zien. De Dragons Cave in het Paparoa nationaal park biedt mogelijkheden voor abseilen, blackwater-raften en klimmen.

Nationale parken

De rijke, veelzijdige natuur van Nieuw-Zeeland wordt beheerd door het Department of Conservation (DOC). Deze organisatie bezit alle National Parks, Maritime Parks en Forest Parks. Een aantal parken is uitgeroepen tot zogenaamde taonga (schatten der aarde) omdat ze van historische en spirituele waarde zijn voor de Maori. Inmiddels zijn vijf nationale parken tot World Heritage Site uitgeroepen. Dat zijn de parken Westland, Fiordland, Mount Cook, Mount Aspiring en Tongariro. Alle parken zijn het gehele jaar vrij toegankelijk. Een korte kennismaking met de beroemdste parken.
Het Bay of Islands Maritime and Historic Park bestaat uit kleine eilanden, bosrijke baaien, mangrovebossen, kreken en gouden zandstranden. Dit subtropische gebied is ideaal om te kamperen, wandelen, zeilen, zwemmen, duiken en zeevissen. In de Bay of Islands begon de Europese kolonisatie van Nieuw-Zeeland.
Het Northland Forest Park is een 80.000 hectare groot subtropisch regenwoud waar de gigantische kauri-bomen groeien. Hier staat Tane Mahuta, de grootste kauri-boom van het land.
Het uitgestrekte Hauraki Golf Maritime Park beslaat 47 eilanden in de Hauraki Golf. Een aantal eilanden is vanuit Auckland met de boot bereikbaar. De bekendste eilanden zijn het vulkanische Rangitoto, het vogelreservaat Tiritiri Matangi, het ongerepte Great Barrier Island en het toeristische Waiheke.
Het bosrijke binnenland van het schiereiland Coromandel behoort tot het Coromandel Forest Park. Je kunt er wandelen door oerbossen met onder andere kauri-bomen.
Het Te Urewera National Park bezit het grootste inheemse bos van het Noordereiland. Ideaal voor het maken van meerdaagse wandeltochten. Populair is de Waikaremoana Track, die langs een van de vele meren in dit park leidt. Een goede plek voor kanovaren en vogels spotten.
Het Egmont National Park strekt zich uit rondom de vulkaan Taranaki. Aan de voet van deze vulkaan liggen bossen en stromen riviertjes en watervallen. In dit park is voor 140 kilometer aan wandelroutes uitgezet. Geoefende wandelaars kunnen de vulkaan beklimmen.
Het Whanganui National Park behelst een bergachtig gebied met een dichtbegroeid woud, waar de rivier de Whanganui dwars doorheen stroomt. Hier kun je kanoën, raften en speedbootvaren. De inheemse bossen met hun metershoge boomvarens zijn in trek bij wandelaars en natuurliefhebbers.
In het Tongariro National Park liggen de drie actieve vulkanen Tongariro, Ruapehu en Ngauruhoe. De gevolgen van vroegere erupties zijn in het landschap zichtbaar. Natuurliefhebbers treffen er een unieke vegetatie, kratermeren en warmwaterbronnen. Een perfect wandelgebied. Op de vulkaan Ruapehu ligt een populair skigebied.
Op het Zuidereiland is het Abel Tasman National Park een kustpark met beschutte baaien en gouden zandstranden, die overgaan in dichtbegroeide bossen. Dit park is misschien wel het populairste wandelgebied van het land. De meerdaagse Coastal Track en Inland Track zijn het hele jaar door te belopen. Verken de vele beschutte inhammen met een zeekajak.
Het Marlborough Sounds Maritime Park is een populaire zomerbestemming. De kleine fjorden zijn geliefd bij watersporters. De bosrijke bergruggen nodigen uit tot wandelen en kamperen. Met de postboot zijn ook de afgelegen eilandjes te bereiken. De Scenic Drive slingert langs de grillige fjordenkust en zorgt voor onvergetelijke vergezichten.
Het Kahurangi National Park is een ruig en zeer uitgestrekt gebied met bergen, rivieren, meren, bossen en grasland. Een ideaal park voor het maken van meerdaagse trektochten, bergbeklimmen en raften.
Het Nelson Lakes National Park biedt beboste bergen, woeste rivieren en kristalheldere meren. Geschikt om te wandelen, klimmen, skiën, vissen en kanoën.
Het Paparoa National Park behelst een klein deel van de ruige westkust van het Zuidereiland. Het biedt regenwouden, kalksteengrotten, ondergrondse rivieren en een spectaculaire kustlijn. De Pancakerocks bij Punakaiki moet je beslist zien. Hier zijn veel herinneringen uit de goudzoekerstijd te achterhalen. Je kunt er wandelen, kanoën, blackwaterraften en abseilen.
Neem in het Hanmer Forest Park een warmwaterbad in de thermische bronnen van Hanmer Springs. Dit Forest Park is ook heel geschikt voor het maken van boswandelingen.
Het Arthur’s Pass National Park in het hart van de Zuidelijke Alpen bestaat uit ruige bergen en bossen. Dit park is het territorium van de bergpapegaai. Je kunt er wandelen, klimmen, skiën en jagen.
Het Westland National Park omvat enkele hoge bergpieken van de Zuidelijke Alpen, alsmede de twee populaire gletsjers, Franz Josef en Fox. Deze gletsjers lopen tot in het regenwoud, waar vele korte wandelingen te maken zijn. In het Mathesonmeer weerspiegelt Mount Cook.
Het Mount Cook National Park bezit de hoogste berg (Mount Cook) en de langste gletsjer (Tasman-gletsjer). Geschikt voor het maken van meerdaagse klimtochten. De kans een kea (bergpapegaai) te ontmoeten is vrij groot. In de Hooker-vallei bloeien in het voorjaar wilde lupines. Maak een helikopter- of vliegtocht rond de top van Mount Cook.
Het Mount Aspiring National Park is eveneens een park met besneeuwde bergen, gletsjers, valleien en meren. Zeer geschikt voor het maken van meerdaagse trektochten, zoals bijvoorbeeld de beroemde Routeburn Track of de Rees-Dart Track. Eveneens een World Heritage Area.
Het Otago Goldfields Park bestaat uit een aantal kleine gebieden in het district Otago, waar in het verleden zeer actief naar goud is gezocht. In het landschap zijn nog veel herinneringen aan die tijd. Er is een groot aantal ‘historische’ wandelroutes uitgezet. Je kunt er raften, paardrijden en mountainbiken.

Het Fiordland National Park is een World Heritage Area met nogal veel ontoegankelijke gebieden. Dit unieke park wordt gekenmerkt door hoge bergen, diepe fjorden, diepblauwe meren en spectaculaire watervallen. De Milford Sound en Doubtful Sound zijn per boot en vliegtuig te verkennen. Tijdens een boottocht zijn dolfijnen, zeehonden en pinguïns te zien. In het park is een aantal wereldberoemde meerdaagse wandeltracks te lopen. De Milford Track is daarvan de mooiste.
Het Catlins Forest Park tussen Dunedin en Invercargill ligt buiten de toeristische route en is daardoor niet zo bekend. Ten onrechte, want dit bosrijke kustgebied heeft indrukwekkende kliffen, dichtbegroeide bossen en spectaculaire watervallen. Aan de kustlijn zijn pinguïns, zeehonden en dolfijnen te zien. Geschikt voor wandelaars en hengelsportliefhebbers
Stewart Island, de kleinste van de drie Nieuw-Zeelandse eilanden heeft een onbedorven natuur en een rijke flora en fauna. De kustlijn is uitermate geschikt voor het maken van meerdaagse trektochten. De beste plek om kiwi’s in het wild te zien.

 

 
terug naar boven